De Gracieuse 19 March 1866

Prijs per 3 m. met album ƒ 2,175. (4e JAARGANG).

Inhoud: Afb. No. 1. Kieltje voor knapen van 4―6 jaar, met knippatr. ― 2 en 3. Hooge taille met schoot, met knippatr. ― 4. Blouse “Ameranth”, met knippatr. ― 5. Gehaakt tusschenzetsel (guipure) met

een garnituur van lint. ― 6. Gehaakt medaillon ter versiering van witte rokken, enz. ― 7. Gehaakt tusschenzetsel. ― 8. Knooppatroon met entre-deux van mignardise, voor gordijnen, enz.

9 en 10. Twee garnituren voor witte rokken. ― 11. Ceintuur “Ylva”, met knippatr. ― 12―17. Hoek-étagère met een gehaakt overtrek, met knippatr. ― 18 en 19. Laag uitgesneden taille “Heloise”,

met knippatr. ― 20. Jaquette met een capuchon, met knippatr. ― 21 en 22. Hooge taille met schoot “Adrienne.” ― 23―25. Coiffuren. ― 26. Mutsje “Blondine”, met knippatr. ― 27. Mutsje “Lore”, met knip-

patr. ― 28 en 29. Mutsje “Solides”, met knippatr. ― 30 en 31. Coiffure met bloemen van vischschubben. ― 32 en 33. Jaquette met borduursel, met knippatr. ― 34. Gehaakte kant (guipure) met migna

dise. ― 35. Gehaakt guipure entre-deux. ― 36―39. Overtrek van kunstbloemen voor een puddingvorm. ― 40―41. Garnituur voor een pantalon voor dames. ― 42. Hoek voor zakdoeken, fransch bor-

duursel. ― 43. Patroon in application voor een rugkussen. ― 44. Doos voor bind-

touw in den vorm van een wijnvat, met knippatr. ― 45. Jurkje met guipure, voor

kinderen van 1―2 jaar, met knippatr. ― 46. Jurkje met strookjes, voor kinderen van

Slot der beschrijvingen in de vorige aflevering.

No. XXXIV. Doopmutsje.

Afb. No. 34 in de vorige aflevering.

Fig. 116. Helft van het mutsje

117. Geborduurd kruintje

Bij het doopkleedje of de lange jurk, in de vorige aflevering beschre-

ven, voegen wij in dit nummer het mutsje dat er bij behoort. Het ge-

borduurde tusschenzetsel, de kant, en ook de kleur van het lint moeten

alzoo in overeenstemming zijn met die van het kleedje. Men stelt het mutsje samen uit geborduurd en kanten tusschenzetsel, naar aanwijzing

op fig. 116 de helft van het mutsje, en naait eerst rondom het gebor-

duurde medaillon fig. 117, dat het kruintje uitmaakt, met een over-

handschen naad drie reepen tusschenzetsel, nu eens een geborduurd en

dan weder een kanten entre-deux; deze reepen moeten natuurlijk

een weinig ingerimpeld, en de dwarskanten met elkaar verbonden wor-

den; hier sluiten zich voor het voorste gedeelte van het mutsje, of voor

de pas, nogmaals drie tusschenzetsels aan, waarvan er een op het knip-

patroon is voorgeteekend. Aan den rand van voren zet men een dubbe-

len reep neteldoek 1 d. br., deze loopt naar de einden smal toe, waarna

in de rondte van het mutsje een smal wit veterbandje als trekband wordt

genaaid. Op dezen reep

neteldoek legt men nu

het garnituur van drie

geplooide strookjes, die elk uit een reep tulle 2 d. breed, aan de eene lange zijde met een

kantje 1 d. breed voor-

zien, bestaan, en waar-van er twee om den

rand van onderen (van

achteren) van het muts-je doorloopen, terwijl

het derde nogmaals van den linker kant af tot

naar het midden op de

bovenzijde, en wel naar den bodem gekeerd, op het mutsje

wordt gelegd. Tusschen elk der strookjes voegt men eene rij lus-

sen van zeer smal gekleurd taffen lint. Op het bovenste, derde

strookje aan den voorrand van het mutsje, legt men een vollen

krans van lussen en einden van hetzelfde smalle taffen lint,

waarmede tevens het aanzetten van het strookje bedekt wordt;

het aanzetten der strookjes aan den rand van achteren verbergt

men door een soort van vlecht, van twee einden smal lint om el-

kaar gewonden; daar waar deze vlechten zich vereenigen, hecht

men er een kleinen strik van lint in dezelfde kleur, 2½ d. breed

op. Een lint even breed en van de noodige lengte, aan de onderste hoeken van de pas gezet, kan als strikbanden worden gebruikt,

of aaneen even als een beugel los blijven hangen.

Kieltje voor knapen van 4―6 jaar.

Afb. No. 1. Knippatr., voorz. v. h. Suppl. No. III, Fig. 10―12.

Om dit kieltje te vervaardigen (ons model bestaat uit grijs popeline), kan

men zoowel wollen- als stoffen die gewasschen worden, gebruiken; als men eene dunne stof neemt dan moet het kieltje gevoerd worden. In dit geval knipt men zoowel van bovenstof als van voering naar fig. 11 een gedeelte

aaneen, langs de dunne lijn in het midden, en neemt de stof iets langer voor

een omslag (zoom) 4 d. breed aan den rand van onderen; naar fig. 10 de twee

voorstukken, waarbij men aan den voorkant op een zoom 2 d. breed rekent.

Eerst worden in de voorstukken de zoomen aan den voorkant gelegd en met

knoopsgaten en knoopen voorzien (ons model heeft puntig gesneden parel-

moeren knoopen). Nu zet men fig. 10 en 11 van 19 tot 20 en van 21 tot 22

aan elkaar, legt in den rand van onderen een zoom, en boort het uitsnijdsel

van den hals met een ingeregen koordje. Voor elke mouw worden naar fig. 12

twee gedeelten geknipt, het onderste verkrijgt den juisten vorm door de af-wijkende lijnen te volgen, men naait ze van 23 tot 24 en van 25 tot 26 aan

elkaar en zet er aan den onderrand aan de binnenzijde een reep taf 3 d. breed

tegen. Daarna voegt men de mouw zóó dat 26 op 26 van het voorstuk valt,

in het armsgat. Het garnituur van fluweelen reepen, die aan den onderrand

van den kiel en ook aan de mouwen elk 2 d. breed en 5½ d. lang, aan het uit-

snijdsel van den hals daarentegen 3½ d. lang zijn, worden er volgens de knip-

patronen, waarop zij gedeeltelijk zijn voorgeteekend, en verder naar de afb.

No. 1 opgelegd. De gordel die van voren met haken en oogen wordt dichtge-

maakt, bestaat uit een rechten reep fluweel, wordt gevoerd en is 2½

d. breed; in het midden van de lengte is deze ceintuur eveneens met

knoopen versierd.

Hooge taille met

schoot.

Afb. No. 2 en 3. Knip-

patr., voorz. v. h.

Supplem. No. II,

Fig. 6―9.

Naast de kleedjes forme princesse,

zoozeer door de dames geliefd, blijft ook de hooge taille met schoot

nog altijd in hare gunst deelen. Ons model is vervaardigd van grijs

popeline, het garnituur

uit reepen zwart flu-

weelen lint 4 d. br. sa-

mengesteld. Om dit kleedje na te maken,

knipt men uit bovenstof en uit voering naar fig.

6 twee gedeelten, en re-kent daarbij aan den

rand van voren op een

omslag of zoom 3 d.

breed, verder naar fig. 7 twee gedeelten, naar fig. 8 langs de dunne lijn een gedeelte in het midden aaneen. Als men de voe-

ring en de bovenstof glad op elkaar heeft geregen, dan legt men in den voorkant van fig. 6 den zoom, zet aan het rechter voor-stuk dat over het andere heenslaat haken, aan het linker oogen,

en naait in beiden de borstplooien. Hierna wordt de taille vol-gens de overeenstemmende cijfers op de knippatronen, met een

achtersteeknaad aan elkaar gezet. Aan den onderrand van den

schoot naait men de bovenstof en de voering tegen elkaar; het

uitsnijdsel van den hals wordt met een ingeregen koordje ge-

boord. Men naait de beide halve mouwen, naar fig. 9 geknipt,

elk van 15 tot 16 en van 17 tot 18 aan elkaar, zet er van onde-

ren aan de binnenzijde een reep taf 4 d. breed tegen en naait de

alsnu voltooide mouw met een ingeregen koordje er tusschen,

19 Maart 1866.

(SUPPL. No. 7). Prijs per 3 maanden ƒ 1,275.

No. 1. Kieltje voor knapen van 4―6 jaar.

Knippatr., voorz. v. h. Supplem. No. III, Fig. 10―12.

1―2 jaar, met knippatr. ― 47. Deksel in den vorm van eene hen, om gekookte eieren

warm te houden. ―

Inhoud van het Supplement: 14 knip- en 34 borduurpatronen.

No. 2. Hooge taille met schoot. Voorzijde.

Knippatr., voorz. v. h. Supplem. No. II, Fig. 6―9.

No. 3. Hooge taille met schoot. Achterzijde.

No. 4. Blouse“Amaranth”

Knippatr., voorz. v. h. Supplem. No. I, Fig. 1―5.